De Manchester Terrier

De kleine hond met de grote blaf

Oorspronkelijk gefokt als een rattenvanger is de Manchester Terriër geen werkhond, maar steeds meer een prettige huishond. Ze zijn zeer loyaal voor hun eigenaren en hun familie en daarom een ideale waakhond. Vaak genoemd: ‘De kleine hond met de grote blaf’.

Ineengekruld

 Ze zijn makkelijk om in huis mee te leven. Ik heb nog nooit gehoord dat een vreemde in staat was onopgemerkt langs een Manchester Terriër te geraken, maar voor een hond met zo’n onstuimig karakter zijn ze zonder twijfel een kinderdroom. En een fijn gezelschap voor volwassenen. Veel moeders kunnen u vertellen dat als de hond en de kinderen wegglippen je ze altijd samen terugvindt en als ze slapen dan doen ze dit vaak ineengekruld.

 

MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

 

Onbelangrijk

 Een Manchester Terriër, intelligent en gehoorzaam, maakt zichzelf tot een lid van de familie en wil ook zo behandeld worden. Vergeleken met andere rassen heeft de Manchester Terriër vrij weinig verzorging nodig, want ze hebben een korte weerbestendige vacht. Geen uitstapjes naar de lokale schoonheidssalon, geen haren voor de stofzuiger, over de meubels en de vloerbedekking. Omdat hun vacht zo onbelangrijk is, is de Manchester Terriër ook geschikt voor mensen met astma en hooikoorts.

Snel volwassen

Op de leeftijd van 3 weken lijkt een Manchester Terriër niet op het eindproduct, behalve dan de kleur en aftekening. Met 5 weken kun je zien dat het inderdaad een Manchester Terriër is. Met 9 maanden is een puppy volgroeid en heel dicht het eindproduct genaderd. Dus voor mensen die van een snel ontwikkelde hond, in lichaam en geest, houden is de Manchester Terriër erg geschikt.

Op pad en jacht 

Als een Manchester Terriër warm, schoon, droog en welgevoed wordt gehouden, zult u merken dat hij gelukkig en tevreden is zolang hij menselijk gezelschap heeft. Hij heeft niet veel eten nodig, hij is immers klein. Wat de beweging betreft willen ze zoveel als elke hond van deze grootte. Maar als het regent of u heeft even geen tijd voor een wandeling dan is de Manchester Terriër ook blij als hij thuis blijft, zolang hij maar bij zijn beste vriend is. Ze zijn gek op gezelschap en gedijen hierdoor ook zo goed. Ze zijn een oprechte kameraad. Dit gezegd hebbende: niks is voor de Manchester Terriër zo fijn als een lange wandeling en misschien de mogelijkheid om te gaan jagen. Ze zijn namelijk gek op een goede jacht.

 

 

HestervdPosthoornwieke6

 

 

 

Algemene verschijning

 In algemeen voorkomen zal de hond compact zijn met goede botten. De Manchester Terriër is een elegant en soepel bewegende, wendbare hond. Het hoofd is lang en smal, wigvormig waarin kleine, donkere, vurige ogen staan die amandelvormig moeten zijn. De oren zijn klein en V-vormig, gedragen boven de bovenlijn van het hoofd, hangend dicht bij het hoofd boven de ogen. De hals is lang en lichtgebogen, zonder keelhuid. Daaronder een smalle, diepe borst; hij heeft een korte romp, goed gewelfde ribben en een licht gebogen rug. De lengte van de benen moet in overeenstemming zijn met het lichaam (vierkant gebouwd). De staart is daar aangezet waar de kromming van de rug eindigt. De kleur is Black and Tan volgens patroon: de Manchester is zwart met 2 bruine stipjes boven de ogen en 2 bruine stipjes op de wangen. 2 Bruine borstvlekken en een bruine vlek onder de staart, die geheel door de staart bedekt moet zijn. Bruin aan de buitenkant van de achter-bovenbenen, breeching geheten, is een fout. Op de voorpoten moet op de middenhand een zwarte duimafdruk aanwezig zijn en zwarte potloodstreepjes op de tenen. De markeringen moeten scherp afgetekend zijn.

 

 

007

 

Oorsprong

 De Manchester Terriër is van erg oude oorsprong en oorspronkelijk bekend als de Black and Tan Terriër. Verschillende theorieën zijn erg voorbarig geweest over de originele rassen die gebruikt zijn om de Manchester Terriër te fokken. Geen enkele van deze theorieën is gestaafd, behalve dan dat de Old English White Terriër, de ruwhaar Black and Tan Terriër en sommige kleinere rassen mogelijk behoren tot de oorsprong van het ras. Vanwege hun gevarieerde achtergrond hebben we tegenwoordig nog problemen et het fokken van het type. Je weet soms niet wat er van komt als je je teef laat dekken, want af en toe, als puppy’s uit dezelfde worp volwassen zijn, kunnen ze er erg verschillend uitzien. Het is soms zelfs moeilijk te geloven dat sommige puppy’s uit hetzelfde nest komen. Grootte is misschien de grootste variabele. Het ras wordt al genoemd in boeken in de vroege 15e eeuw. Het eerste stamboomboek registreerde hem als Black and Tan Terriërs (geaccepteerde Toys in 1869-1874).

De naam

 De naam Manchester Terriër werd gekozen toen het ras in twee grootten werd verdeeld. De grotere kreeg de naam Manchester, misschien als compliment aan de plaats waar naar men dacht de besten werden gefokt, doch veel mensen geloven dat de Manchester oorspronkelijk werd gefokt in het Manchester-Liverpool gebied. Maar Liverpool werd desondanks buiten beschouwing gelaten toen de hond zijn naam kreeg.

Uit slechts vijf

 Veel mensen geloven dat de Manchester Terriër een miniatuur Dobermann is. In feite echter was het de heer Dobermann die de Manchester gebruikte om zowel de kleur in zijn ras te krijgen als een beetje vasthoudendheid. Toen de Tweede Wereldoorlog begon werd de Manchester Terriër bijna uitgeroeid. Men denkt dat maar tussen de 5 en 11 zuiver gefokte Manchesters over waren in Engeland. Na de oorlog behoedden toegewijde liefhebbers van de Manchester het ras van de ondergang. In 1955 waren er al weer voldoende Manchester Terriërs ingeschreven (sinds de Tweede Wereldoorlog) om Kampioens Certificaten te verkrijgen van de Engelse Kennel Club. Het ras heeft niet teruggekeken, maar heeft zich sindsdien juist versterkt. Een fokkersclub werd opgericht in 1937 met de naam: British Manchester Terriër Club. In 1972 hield deze club zijn eigen open tentoonstelling. In 1980 gaf de Kennel Club aan de BMTC toestemming om haar eigen Kampioenstentoonstelling te houden. En in 1986 was er een record aantal inschrijvingen voor de Club Show: 101. Op dit moment zijn er over de honderd honden die elk jaar bij de Kennel Club ingeschreven worden. Ondanks dat de populatie groeiende is zijn we nog steeds niet uit de gevarenzone; d.w.z. dat we nog steeds een zeer klein ras zijn.